Technische richtlijnen

Voetbal is een contactsport. Lichamelijk contact tussen spelers is een normaal en tolerabel onderdeel van de sport. De spelers moeten echter de spelregels respecteren en zich sportief gedragen. De scheidsrechter is de persoon die daarbij de grenzen aangeeft. De grenzen liggen voor elk individu anders, maar de spelers hebben het recht hun beroep en sport binnen aanvaardbare grenzen uit te oefenen.

Algemeen
De richtlijnen voor het seizoen 2010/’11 zijn niet aangepast aan die van het afgelopen seizoen.
Alle andere onderwerpen zoals hieronder worden beschreven, waren ook al tijdens het afgelopen seizoen van toepassing. In enkele gevallen is een nadere toelichting gegeven n.a.v. de ervaringen opgedaan tijdens het afgelopen seizoen.

Voor alle duidelijkheid: De spelregels spreken voor zich, de zaken die navolgend genoemd worden zijn extra aandachtspunten.

Wedstrijdverloop
Voetbal is zoals gezegd een contactsport. Er dient daarom niet te 'kinderachtig' te worden gefloten. Er moet wel een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de echte en de onechte zaken. Laat een wedstrijd lopen, maar grijp direct in wanneer een overtreding daar echt aanleiding toe geeft, ongeacht de plaats van de overtreding of het tijdstip in de wedstrijd.

Een belangrijk onderwerp is het houden van tempo in de wedstrijd. Wees bijvoorbeeld niet te pietluttig met de plaats van vrije schoppen op de eigen speelhelft in een defensieve situatie, maar wees wel strikt bij een vrije schop op de helft van de tegenstander. De juiste plaats en het stil liggen van de bal zijn dan essentieel. Laat ook niet te snel een verzorger het speelveld inkomen voor een blessurebehandeling. Hanteer veelvuldig, met in achtneming van bovenstaande, de voordeelregel. Pakt deze niet goed uit, dan dient alsnog de eerste overtreding te worden bestraft. Die ruimte geven de regels al enkele jaren!

Kortom: Laat de wedstrijd een wedstrijd worden.

Vertragen spelhervatting
Zoals al aangegeven is een belangrijk onderwerp het tempo houden in de wedstrijd. Dit betekent ook dat een vrije schop zo snel mogelijk genomen kan laten worden (zie ook wedstrijdverloop). We zien nog te vaak dat de tegenpartij dit belemmert door vertragende en spelbedervende handelingen. Voor het bewust vertragen van de uitvoering van een spelhervatting dient een gele kaart te worden getoond. Onder bewust vertragen wordt bijvoorbeeld verstaan:

  • het wegtrappen/weggooien van de bal
  • het in de handen pakken/meenemen van de bal
  • het met de voeten blokkeren/meenemen van de bal

Attentie: het gaat hier om een bewuste handeling van de tegenpartij om de snelle spelhervatting te voorkomen. Dat is dus wat anders dan dat de aanvallende partij de bal tegen een tegenstander opschiet om daarmee een gele kaart voor de tegenstander uit te lokken.

Overtredingen nabij het strafschopgebied
Nagenoeg elke ploeg heeft tegenwoordig een specialist voor het nemen van de vrije schoppen rond het strafschopgebied. Dit betekent dat in de meeste gevallen het toekennen van een vrije schop een groter voordeel is dan het toepassen van de voordeelregel. De voordeelregel nabij het strafschopgebied moet alleen worden toegepast indien een veelbelovende aanval of scoringskans aan de orde is.

Met woord en/of gebaar tonen oneens te zijn met de beslissing van de (assistent-)scheidsrechter
We constateren dat er in toenemende mate door spelers wordt geprotesteerd tegen beslissingen van de scheidsrechter. Hoewel de emotie bij het spel hoort, zijn toch steeds weer vormen van protesten te zien die grensoverschrijdend zijn. We vragen de scheidsrechters hier nadrukkelijk tegen op te treden en niet te schromen een gele of rode kaart te trekken. Een aantal voorbeelden:

  • handtastelijk optreden tegen een (assistent-)scheidsrechter, zoals het wegduwen of aan de arm of aan het shirt trekken(assistent-)scheidsrechter, dient te worden bestraft met een rode kaart
  • bij protesten met grove of beledigende taal dient de rode kaart te worden getoond. Onder grove of beledigende taal moeten ook discriminerende opmerkingen of uitingen worden verstaan. Voor het maken van gebaren die grof of beledigend zijn, gelden dezelfde normen;
  • bij massale protesten en protesten bij een strafschop moet de eerste speler met minimaal een gele kaart worden bestraft
  • bij protesten met gebaren (bijvoorbeeld wegwerpgebaren of het met kracht gooien van de bal naar de grond) moet eveneens minimaal een gele kaart worden getoond
  • spelers die protesteren en daarbij komen aangerend naar (assistent-)scheidsrechter, dienen eveneens (minimaal) een gele kaart te krijgen

Ook andere vormen van onaanvaardbaar protest zijn mogelijk en dienen dienovereenkomstig te worden bestraft.

Voor de goede orde wordt vermeld, dat dit niet alleen geldt voor spelers, maar ook voor coaches en andere personen die op de reservebank plaats hebben genomen.

Vragen om kaarten tegenstander
Het nadrukkelijk met woord en/of gebaar vragen om een kaart voor de tegenstander moet met een gele kaart voor de vragende speler worden bestraft. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld coaches die, staande aan de zijlijn en voor iedereen duidelijk zichtbaar en/of hoorbaar, vragen om kaarten voor spelers van de tegenpartij. Dit gedrag is onsportief en zal daarom worden bestraft met het waarschuwen of eventueel wegzenden van de betrokkene.

Kaartenbeleid
De onbesuisde overtredingen en overtredingen die gepaard gaan met buitensporige inzet en/of de veiligheid van de tegenstander in gevaar kunnen brengen, moeten direct met een gele of rode kaart worden bestraft. Scheidsrechters moeten hierin consequent zijn.

Er zijn echter ook overtredingen waarin ruimte zit. In een dergelijk geval geven wij de voorkeur aan dat het voorval wordt opgelost door middel van de eigen persoonlijkheid van de scheidsrechter. Dit heeft alles te maken met het feit of de scheidsrechter goed in de wedstrijd zit, het aanvoelen van de wedstrijd en de acceptatie en het respect van de spelers.

De KNVB vraagt bijzondere aandacht voor overtredingen die de gezondheid van de tegenstander in gevaar kunnen brengen. Deze overtredingen, die het afgelopen seizoen met regelmaat waren te zien en die niet altijd op de juiste wijze werden bestraft, moeten conform de spelregels met een rode kaart worden bestraft. Voorbeelden van dit soort overtredingen zijn:
- het met 1 of 2 gestrekte benen inkomen op een tegenstander;
- de elleboogstoot.

Aandacht wordt gevraagd voor het kaartenbeleid bij strafschoppen. Het is absoluut niet de bedoeling, dat bij elke strafschop ook een kaart behoort. Afgelopen seizoen is met name het gele kaarten beleid niet bepaald consequent geweest. Geel behoort uitsluitend te worden gegeven, indien bij een soortgelijke overtreding of doel overtreding buiten het strafschopgebied ook de gele kaart zou zijn getoond!

Schwalbe
Van een schwalbe is alleen sprake wanneer er geen lichamelijk contact plaatsvindt en de speler zich laat vallen in het strafschopgebied of op een positie die voor een aanvallende partij interessant is.

De schwalbe moet altijd worden bestraft met een gele kaart en een indirecte vrije schop. Daarnaast dient de scheidsrechter op te treden, wanneer door een speler misbruik of onterecht gebruik gemaakt wordt van het lichamelijke contact door bijvoorbeeld het haken van het been achter enig deel van het lichaam van een tegenstander. Ook bij deze vorm van misleiding van de scheidsrechter krijgt de speler een gele kaart.

Advies: Maak er voor wat betreft de schwalbe geen 'heksenjacht' van. In veel gevallen is er nog steeds sprake van een normaal duel of een overtreding.

Vasthouden
Vasthouden is een steeds vaker voorkomend en voor alle betrokkenen irritant verschijnsel. Voor de arbitrage zijn deze overtredingen niet altijd goed waar te nemen. Het vasthouden gebeurt vaak door beide partijen. Het is dan lastig te bepalen wie bestraft moet worden. De KNVB volgt de volgende lijn:

  • bij het vasthouden bij corners en vrije schoppen dienen de betrokken spelers, voordat de corner of vrije trap wordt genomen, preventief te worden aangesproken; heeft dit geen effect dan is de volgende stap het tonen van een gele kaart aan (beide) speler(s). Indien het vasthouden niet stopt, is de 3e stap het toekennen van een strafschop (bij overtreding verdediger) of vrije schop (bij overtreding aanvaller)
  • bij het onderbreken van een veelbelovende aanvallende handeling wordt een gele kaart getoond. Is er echter sprake van een doorgebroken speler in scoringspositie (ontnemen duidelijke scoringskans), dan moet dit met een rode kaart worden bestraft
  • de plaats waar de directe vrije schop of strafschop dient te worden genomen, is de plaats waar het vasthouden eindigt en niet de plaats waar het vasthouden begint

Opstootjes
Met betrekking tot opstootjes verwachten wij van onze scheidsrechters een consequente en éénduidige lijn. De KNVB wil niet dat dit fenomeen zich verder uitbreidt. De aanstichters van het opstootje (meestal twee personen) worden bestraft met een kaart. Dit kan, afhankelijk van de overtreding, een gele of een rode kaart zijn. De te bestraffen spelers moeten echter wel een overtreding (zoals wegduwen, vastgrijpen etc.) hebben begaan. De scheidsrechters wordt geadviseerd om zich niet tussen de spelers te begeven, maar het opstootje op een afstand (eventueel samen met een assistent) te observeren.

Muur
Wij verwachten van de scheidsrechters dat de muur op de vereiste 9.15 meter afstand wordt opgesteld. Indien de aanvallende partij de vrije schop snel neemt zonder dat de muur op afstand staat, wordt dit geaccepteerd. De scheidsrechter moet echter de intentie van de nemer herkennen.
Op het moment, dat de vrije schop niet direct genomen wordt omdat de aanvallende partij vraagt om de muur op afstand te zetten en/of wanneer een gele of rode kaart wordt getoond, geldt de navolgende aanpak:

1. bepaal de plaats van de overtreding;
2. geef aan de aanvallende partij aan te wachten tot er gefloten is door zichtbaar te wijzen op de fluit;
3. pas de 9.15 meter voorwaarts zichtbaar af (geen 9 stappen, maar 9.15 meter);
4. laat de muur de juiste positie innemen;
5. kies positie en geef fluitsignaal;
6. te vroeg inlopen bestraffen met een gele kaart.

Strafschop
Het komt in het nationale en internationale voetbal steeds vaker voor dat een strafschop niet volgens de reglementen wordt uitgevoerd, omdat spelers te vroeg inlopen of omdat doelverdedigers te vroeg van de lijn komen. Scheidsrechters kunnen in preventieve zin, voordat de strafschop wordt genomen, veel doen. Toch dient men de strafschop te laten overnemen wanneer er sprake is van duidelijke overtreding van de regels.