Het nieuwe seizoen is inmiddels al enkele weken begonnen en is het dus weer tijd om verder te gaan met de spelregelvragen. Hier volgen de spelregelvragen met de goede antwoorden van september. We hebben besloten om de spelregelvragen met ingang van dit seizoen gelijk te laten lopen met de competitie en aan het einde van dit seizoen zal er voor de winnaar buiten de eer een kleine prijs beschikbaar worden gesteld.
1. Een wedstrijd mag volgens de regels niet worden begonnen, wanneer:
- A. Elke partij 9 spelers heeft, waarvan één de doelverdediger moet zijn.
- B. Er 8 spelers zijn van de ene en 11 spelers van de andere partij.
- C. Iedere partij 7 spelers heeft, waarvan één de doelverdediger moet zijn.
- D. Er van een partij niet meer dan 6 spelers zijn.
2. Wanneer is de speeltijd verstreken?
- A. Als het eindsignaal klinkt.
- B. Als de tijd op het uurwerk van de scheidsrechter verstreken is.
- C. Als de tijd op het uurwerk van de scheidsrechter verstreken is, maar hij moet wel de uitwerking van een hoekschop afwachten.
- D. Als de tijd op het uurwerk van de scheidsrechter verstreken is, maar hij moet wel de uitwerking van een schot op doel afwachten.
3. Een speler wordt buiten het speelveld behandeld voor een blessure. Wanneer en waar mag hij tijdens het spel het speelveld weer betreden?
- A. Nadat hij toestemming heeft gekregen van de scheidsrechter vanaf (elke plek op) een zijlijn.
- B. Nadat hij toestemming heeft gekregen van de scheidsrechter alleen ter hoogte van de middenlijn.
- C. Nadat hij toestemming heeft gekregen van de scheidsrechter vanaf iedere willekeurige plaats.
- D. Nooit, omdat het spel moet zijn onderbroken.
4. Als het spel “dood” is, meldt een speler zich correct af. De wisselspeler heeft zich correct aangemeld en wacht bij de zijlijn. Op weg naar de zijlijn beledigt de te vervangen speler binnen het speelveld de assistent-scheidsrechter. Wat beslist de scheidsrechter?
- A. De te vervangen speler ontvangt een waarschuwing; de wisselspeler mag zijn plaats innemen.
- B. De wisselspeler mag zijn plaats innemen en de scheidsrechter rapporteert het voorval aan de bond.
- C. De te vervangen speler wordt weggestuurd; de wisselspeler mag zijn plaats innemen.
- D. De te vervangen speler wordt weggestuurd; de wisselspeler mag zijn plaats niet innemen.
5. Een inwerpende speler gooit de bal rechtstreeks terug op zijn eigen doelverdediger, die zich buiten zijn eigen strafschopgebied bevindt. Vervolgens dribbelt deze doelverdediger met de bal zijn eigen strafschopgebied binnen, neemt de bal in zijn handen en schiet hem ver het speelveld in. Wat zal de scheidsrechter nu beslissen?
- A. Doorspelen.
- B. Hij kent een indirecte vrije schop toe aan de aanvallende partij.
- C. Hij kent een indirecte vrije schop toe aan de aanvallende partij en de doelverdediger ontvangt een waarschuwing.
- D. Hij kent een directe vrije schop toe aan de aanvallende partij.
TUSSENSTAND:
| |
|
Totaal |
Sep |
| 1 |
Klaas Smith |
5 |
5 |
| |
Bert van Arendonk |
5 |
5 |
| |
Willie timmers |
5 |
5 |
| |
R. van Werven |
5 |
5 |
| |
Yannick Gosens |
5 |
5 |
| 6 |
Toine Bruijns |
4 |
4 |
| 7 |
Jurgen Kuijpers |
3 |
3 |
| |
Jos van Keulen |
3 |
3 |
| 9 |
Hans van Horssen |
2 |
2 |
| 10 |
Dylan Boomaars |
0 |
0 |