Spelregelquiz oktober

Hier volgen de spelregelvragen met de goede antwoorden voor de maand oktober.

1. Een aanvaller die zich achter de doellijn heeft teruggetrokken om zich aan buitenspel te onttrekken, schreeuwt in die positie een aanwijzing naar een medespeler, die ter hoogte van de strafschopstip in het bezit van de bal is. De scheidsrechter fluit af en geeft de schreeuwende speler een waarschuwing. Hoe hervat hij het spel?

  • A. Een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal zich bevond toen afgefloten werd.
  • B. Een indirecte vrije schop vanaf de plaats waar de bal zich bevond toen afgefloten werd.
  • C. Een scheidsrechtersbal op de doellijn, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de schreeuwende speler stond.
  • D. Een indirecte vrije schop op de doellijn, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de schreeuwende speler stond.

2. Wie bepaalt op welk doel de serie strafschoppen na het einde van een wedstrijd wordt genomen?

  • A. De scheidsrechter, na overleg met de beide aanvoerders.
  • B. De partij die bij de aanvang van de wedstrijd de beginschop nam, wordt door de scheidsrechter aangewezen.
  • C. De scheidsrechter.
  • D. De partij die bij de aanvang van de tweede helft de beginschop nam, wordt door de scheidsrechter aangewezen.

3. Bij het nemen van een strafschop wordt de doelverdediger misleid doordat op het moment van schieten de strafschopnemer iets roept. Wat beslist de scheidsrechter indien de bal in het doel gaat?

  • A. Directe vrije schop tegen de strafschopnemer.
  • B. Overnemen van de strafschop.
  • C. Doelpunt.
  • D. Indirecte vrije schop tegen de strafschopnemer.

4. Voor een bepaalde overtreding wordt een indirecte vrije schop toegekend. Dit is een juiste beslissing. De scheidsrechter geeft een fluitsignaal, maar vergeet zijn arm omhoog te steken. De bal wordt vervolgens direct in het doel van de tegenpartij geschoten. Welke beslissing neemt de scheidsrechter, als hij zijn fout bemerkt?

  • A. Doelpunt toekennen.
  • B. De vrije schop wordt overgenomen, nadat de scheidsrechter heeft laten weten dat hij verzuimd heeft zijn arm omhoog te steken.
  • C. Doelschop.
  • D. Indirecte vrije schop voor de tegenpartij op dezelfde plaats waar de eerste schop werd genomen.

5. De doelverdediger van partij A en een aanvaller hebben ruzie. Plotseling gooit de doelverdediger, staande in zijn eigen strafschopgebied, doch niet in het doelgebied, opzettelijk en met kracht de bal tegen het hoofd van de aanvaller aan, die één meter achter de doellijn naast het doel staat. De scheidsrechter stuurt de doelverdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart. Hoe wordt het spel hervat?

  • A. Strafschop.
  • B. Indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de plaats waar de doelverdediger stond, toen hij de bal gooide.
  • C. Hoekschop.
  • D. Scheidsrechtersbal op de plaats waar de doelverdediger stond, toen hij de bal gooide.