Spelregelquiz november

Hier volgen de spelregelvragen met de goede antwoorden voor de maand november.

1. Welke vorm van reclame is toegestaan binnen de instructiezone?

  • A. Reclame op borden lager dan 1,20 meter.
  • B. Logo van de thuisspelende partij.
  • C. Logo van de KNVB.
  • D. Geen enkele vorm van reclame is toegestaan.

2. In de 35e minuut van de eerste helft wordt een speler zijn tweede gele kaart getoond. Het ontgaat de scheidsrechter evenwel dat dit zijn tweede is. Hij komt er pas in de rust achter. Hoe dient hij nu te handelen?

  • A. Hij kan niets meer doen.
  • B. Hij meldt het voorval bij de bond, maar laat de speler verder spelen.
  • C. Hij ontzegt hem alsnog het verder meespelen en meldt het voorval bij de bond.
  • D. Hij kan hem pas wegsturen als hem nogmaals de gele of rode kaart wordt getoond.

3. Twee tegenstanders trappen tegelijk de bal, waarna deze terechtkomt bij een strafbaar buitenspel zijnde speler van de aanvallende partij. Deze benut zijn kans en schiet de bal in het doel. Wat beslist de scheidsrechter?

  • A. Doelpunt toekennen.
  • B. Scheidsrechtersbal.
  • C. Hoekschop.
  • D. Buitenspel en doelpunt afkeuren.

4. Een veldspeler die een tegenstander duwt, moet alleen worden bestraft met een directe vrije schop c.q. strafschop, indien dit:

  • A. Onvoorzichtig, onbesuisd of gepaard gaande met buitensporige inzet gebeurt.
  • B. Naar het oordeel van de scheidsrechter gebeurt.
  • C. Geen correcte schouderduw is.
  • D. Met twee handen gebeurt.

5. Een wisselspeler, die zonder toestemming van de scheidsrechter zijn team heeft gecompleteerd, wordt in het strafschopgebied van de tegenpartij door een tegenstander op een buitensporige wijze tegen de benen geschopt. Op dat moment constateert de scheidsrechter, dat deze wisselspeler zich tegen de regels op het speelveld bevindt. Hoe reageert de scheidsrechter, als hij hiervoor het spel heeft onderbroken?

  • A. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat het spel met een indirecte vrije schop tegen de schoppende speler.
  • B. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat het spel met een indirecte vrije schop tegen de wisselspeler.
  • C. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat het spel met een strafschop tegen de schoppende speler.
  • D. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.