Spelregelquiz juni / juli

Hier volgen de spelregelvragen van juni/juli met de goede antwoorden.

1. Als de scheidsrechter voor het begin van de wedstrijd wil gaan fluiten, ziet hij een speler zijn tegenstander, die tegenover hem staat, slaan. Hoe zal de scheidsrechter moeten reageren?

  • A. Hij zendt de slaande speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart en staat wel een vervanger toe.
  • B. Hij zendt de slaande speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart en staat geen vervanger toe.
  • C. Hij zendt de slaande speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart en kent een directe vrije schop toe.
  • D. Hij laat de slaande speler gewoon meespelen, maar meldt het voorval wel bij de bond.

2. Er moet een lijntje op de doellijn worden aangebracht buiten het speelveld om ervoor te zorgen, dat de afstand van 9,15 meter in acht wordt genomen. Deze 9,15 meter dient te worden gemeten vanaf:

  • A. De kwartcirkel.
  • B. Het centrum van het hoekschopgebied.
  • C. De hoekvlaggenstok.
  • D. Het strafschopgebied, het dichtst gelegen bij het betreffende hoekschopgebied.

3. Een speler van de verdedigende partij gooit een scheenbeschermer tegen de bal, die daardoor naast in plaats van in het doel gaat. De scheidsrechter onderbreekt het spel en zendt de betreffende speler van het speelveld. Hoe dient hij het spel nu te laten hervatten?

  • A. Met een hoekschop.
  • B. Met een strafschop.
  • C. Met een indirecte vrije schop.
  • D. Met een scheidsrechtersbal.

4. Wanneer is in beide gevallen de spelhervatting een indirecte vrije schop?

  • A. Het leunen op een tegenstander en tijdrekken.
  • B. Na onvoorzichtig aanvallen van een tegenstander en het beledigen van de scheidsrechter.
  • C. Ongeoorloofde obstructie en het springen naar een tegenstander.
  • D. Spelen op een gevaarlijke wijze en twee spelers van dezelfde partij plegen tegenover elkaar een gewelddadige handeling.

5. Na afloop van de officiële speeltijd moet de wedstrijd worden verlengd voor het nemen van een strafschop. De bal wordt tegen de doellat geschoten en belandt via de rug van de doelverdediger in het doel. Wat beslist de scheidsrechter?

  • A. Strafschop overnemen.
  • B. Geen doelpunt. De strafschop had zijn uitwerking gehad toen deze tegen de doellat kwam.
  • C. Geen beslissing. De kwestie voorleggen aan de betrokken bond.
  • D. Doelpunt. De strafschop had zijn uitwerking nog niet gehad toen de bal terugkwam van de doellat.

6. Wat beslist de scheidsrechter als bij een aftrap na geldig doelpunt de bal rechtstreeks in het doel van de tegenpartij wordt geschoten?

  • A. Doelpunt toekennen.
  • B. Doelschop toekennen.
  • C. Aftrap opnieuw laten nemen.
  • D. Scheidsrechtersbal op de middenstip.

7. Onmiddellijk nadat de wedstrijd is begonnen, ziet de scheidsrechter dat de doelverdediger met de hak van zijn schoen in zijn doelgebied een gleuf maakt om hem te helpen bij het bepalen van zijn positie in het doel. De scheidsrechter fluit af en geeft een waarschuwing door het tonen van de gele kaart. Hoe wordt het spel hervat?

  • A. Met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen afgefloten werd.
  • B. Met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
  • C. Met een indirecte vrije schop op de plaats van de overtreding.
  • D. Met een indirecte vrije schop op de lijn van het doelgebied.

8. Terwijl het spel “dood” is, beledigt een wisselspeler vanuit de dug-out de scheidsrechter. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

  • A. Hij geeft opdracht om de wisselspeler achter de afrastering te laten plaatsnemen.
  • B. Hij stuurt de wisselspeler van het veld door het tonen van de rode kaart.
  • C. Hij geeft de wisselspeler een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
  • D. Hij geeft de wisselspeler een vermaning.

9. Een te laat gekomen speler loopt bij een aanval op zijn eigen doel zonder toestemming van de scheidsrechter het speelveld in en brengt in zijn eigen strafschopgebied een doorgebroken tegenstander ten val. Wat beslist de scheidsrechter?

  • A. Indirecte vrije schop + waarschuwing door het tonen van de gele kaart wegens onsportief gedrag.
  • B. Strafschop + wegzenden van deze speler door het tonen van de rode kaart wegens ernstig gemeen spel.
  • C. Strafschop + waarschuwing door het tonen van de gele kaart voor deze speler wegens ernstig gemeen spel.
  • D. Strafschop.

10. Bij een duel nabij de zijlijn raakt een aanvaller geblesseerd. Deze speler verlaat daarom kort hierna het speelveld om verzorgd te worden. De bal is op dat moment aan de andere kant van het speelveld en de scheidsrechter heeft geen toestemming verleend. Hoe reageert hij?

  • A. Hij laat doorspelen en neemt verder geen maatregelen tegen de geblesseerde speler.
  • B. Hij onderbreekt het spel, vermaant de geblesseerde speler en hervat met een scheidsrechtersbal.
  • C. Hij onderbreekt het spel, geeft de geblesseerde speler een waarschuwing en hervat met een scheidsrechtersbal.
  • D. Hij laat doorspelen, maar geeft de geblesseerde speler een waarschuwing zodra de gelegenheid zich voordoet wegens het zonder toestemming en doelbewust verlaten van het speelveld.

EINDSTAND SEIZOEN 2010/2011:

    Totaal Jan Feb Mrt Apr Mei Jun/Jul
1 Klaas Smith 34 5 5 5 5 5 9
2 Bert van Arendonk 33 5 5 4 5 5 9
3 Herman van der Pluijm 32 5 5 5 4 4 9
4 Willie timmers 31 5 3 5 4 5 9
5 R. van Werven 25 - 5 4 4 4 8
6 Hans van Horssen 22 1 2 4 3 3 9
  Toine Bruijns 21 - 1 4 3 4 9
8 Jurgen Kuijpers 17 2 - 1 4 3 7
9 Stijn Berben 13 3 5 5 - - -
10 Wim de Jong 12 3 2 0 3 4 -
11 Cees van Langelaar 9 4 1 4 - - -
  Koen Strik 9 - 1 4 2 2 -
13 Jos van Keulen 7 1 1 3 2 - -
14 Yannick Gosens 6 2 - 3 1 - -
15 Eric van Gastel 5 1 - 4 - - -
16 Nico Kleemans 4 4 - - - - -
17 Marcel van Huet 3 - 3 - - - -
18 Maurice Hermus 2 2 - - - - -